De verleiding

 

Herken je dit? Dat je iets tegen jezelf zegt om het juist níét te doen, terwijl je diep van binnen eigenlijk al weet dat je het toch gaat doen? Alsof je jezelf een toespraak houdt waar je zelf niet eens in gelooft. Ik ben me ervan bewust geworden dat dat bij mij regelmatig gebeurt. Ik neem me bijvoorbeeld voor om vandaag alleen gezond te eten en geen suiker te nemen. Of ik spreek met mezelf af dat ik alleen de boodschappen koop die ik echt nodig heb en loop vervolgens met een overvolle winkelwagen de supermarkt uit. Ik zeg dat ik vandaag niet achter de computer kruip, terwijl ik vijf minuten later toch weer zit te schrijven. Of ik neem me voor het rustig aan te doen in huis, om vervolgens toch alles af te willen maken. Blijkbaar is de verleiding soms sterker dan mijn goede voornemens.

Zo loop ik ook al jaren te twijfelen over een oorpiercing. Zo'n klein glinsterend steentje in de rand van mijn oor. Bijna onopvallend, maar net genoeg om te schitteren. Tegelijkertijd denk ik: past dat nog wel bij mijn leeftijd? En even later hoor ik een ander stemmetje: je leeft maar één keer. Als je het niets vindt, haal je hem er toch gewoon weer uit.

Jaren geleden ging ik met mijn middelste dochter mee naar Tattoo Bob. Zij wilde een navelpiercing laten zetten. Terwijl ik daar stond te kijken tussen alle piercings en tattoos vroeg de medewerkster ineens of ik er zelf ook niet eentje wilde. Ik dacht nog geen drie seconden na. "Ach, wat kan mij het schelen." En voor ik het wist liep ik naar buiten met een navelpiercing.

Onderweg naar huis dacht ik nog maar aan één ding: wat zal mijn man hiervan vinden? Tot mijn verbazing reageerde hij leuker dan ik had verwacht. Mijn jongste dochter daarentegen was compleet in shock. Haar moeder hoorde er zo niet uit te zien. Ze vond het ronduit walgelijk. Die reactie had ik totaal niet zien aankomen.

Echt praktisch was die piercing trouwens niet. De knoop van mijn spijkerbroek zat precies op die plek. Ik sliep op mijn buik. Alles deed pijn. Tegen de tijd dat mijn lichaam eraan gewend was, deed ik hem een keer uit toen ik ging zwemmen en daarna kreeg ik hem met geen mogelijkheid meer terug. Toen heb ik het maar opgegeven. Ik was vooral blij dat ik het gedaan had. Ik had het meegemaakt.