Kankerspook

Na lang wikken en wegen besloot ik toch langs de huisarts te gaan met wat vage rugklachten. Juist die vage klachten maken het zo lastig. Mijn hoofd schiet direct vol gedachten, redenen en excuses om vooral níét aan de bel te trekken. Het zal wel meevallen. Ik stel me aan. De huisarts zal me vast niet serieus nemen. En de oncoloog waarschijnlijk ook niet. Allemaal gedachten die ik zelf verzin, nog voordat iemand iets gezegd heeft.

De huisarts luisterde naar mijn verhaal, onderzocht me kort en verwees me door naar de oncoloog. Eigenlijk heel logisch. Achteraf dacht ik: waarom heb ik niet meteen die stap gezet? Omdat die voor mijn gevoel veel groter was. Ze plande zelfs alvast een belafspraak in om de uitslag te horen. Met andere woorden: zorgen dat ik er niet stiekem onderuit zou glippen. Ik moet eerlijk bekennen dat die gedachte heel even door mijn hoofd was geschoten. Lotgenoten noemen dat ook wel het kankerspook. Dat stemmetje dat je liever wegduwt dan onder ogen ziet.

Een paar dagen later zit ik tegenover de oncoloog. Thuis had ik mijn verhaal al tientallen keren geoefend, maar iedere keer vertelde ik het weer anders. Zodra ik begon te praten, werd me al snel duidelijk waarom de huisarts me had doorgestuurd. "De huisarts wist dat ze je niet gerust kon stellen," zei ze. "Na alles wat je hebt meegemaakt wil je maar één ding weten: zijn het wel of geen uitzaaiingen? Je wilt een botscan. Daar heb je recht op." Vervolgens zei ze iets wat me verraste. "Je bent bang." Mijn eerste reactie was bijna verontwaardigd. Volgens mij had ik mezelf er juist van overtuigd dat er niets ernstigs aan de hand was. Maar terwijl ze verder praatte over angst die zich vastzet in je systeem en hoe je soms op zoek gaat naar geruststelling op de verkeerde plek, begon ik langzaam te begrijpen wat ze bedoelde.

Ineens hoorde ik mezelf zeggen: "U heeft gelijk. Het ís angst. Ik probeer mezelf juist wijs te maken dat ik niet bang ben." Dat inzicht kwam onverwacht. Ik dacht dat ik vooral rationeel bezig was, maar eigenlijk was ik al die tijd bezig geweest mijn angst weg te redeneren. De oncoloog maakte het uiteindelijk heel eenvoudig. "We kunnen er lang of kort over praten," zei ze. "Jij wilt een scan. Als die goed is, kijken we daarna wel verder."

 

Ik liep naar buiten met een afspraak voor een botscan én met iets anders. Het besef dat angst zich soms zo goed kan vermommen als nuchter nadenken, dat je zelf niet eens meer doorhebt dat je bang bent.