Wat mijmeringen over een rondje hond uitlaten.
Vaak heb ik de route die ik ga lopen thuis al uitgestippeld. Dat gebeurt automatisch. Ga ik zodra ik de deur uitstap links- of rechtsaf? Onderweg wijk ik daar regelmatig weer van af. Soms wil ik ineens een korter rondje lopen, omdat ik nodig naar de wc moet of me vermoeider voel dan ik dacht. Een andere keer loop ik juist verder, omdat het zo heerlijk is buiten. Ook het weer speelt mee. Bij zon ziet een andere route er ineens aantrekkelijker uit, bij hitte, kou of regen pas ik mijn route juist aan. Soms kies ik een andere kant omdat ik iemand zie lopen met wie ik geen praatje wil maken. Of juist wél, waarna ik besluit gezellig een stukje met diegene mee te lopen. Zie ik een hond aankomen waarvan ik weet dat onze honden naar elkaar uitvallen, dan steek ik liever over. En heel af en toe voelt het zelfs alsof ik juist díe weg moet lopen, zonder dat ik weet waarom. Kan ik niet kiezen? Dan laat ik de hond beslissen. Dat is lekker makkelijk.
Als de honden poepen moeten er ook keuzes worden gemaakt. Ruim ik het op of niet? Meestal ruim ik het op. Maar soms poepen ze op een plek waarvan ik denk hier kan ik het wel laten liggen, daar heeft niemand last van.
Ik laat de honden drie keer per dag uit. Reken maar mee: 21 keer per week, ongeveer 90 keer per maand en 1.095 keer per jaar. Best bijzonder eigenlijk dat die wandelingen me nooit vervelen. Misschien komt dat omdat ik altijd wel iets zie dat mijn aandacht trekt: een bijzonder takje, een mooi steentje, grote vissen of mooie insecten. Mijn gedachten dwalen af, en liedjes spoken door mijn hoofd. Liedjes uit de oude doos of kerstliedjes midden in de zomer.
