Terug in de tijd
Belevenissen
🍃 Kleine gebeurtenissen die soms onverwacht een verhaal vertellen. Dit zijn mijn eerste schrijfsels. Hier begon mijn gewoonte om stil te staan bij wat me opviel en daarover te schrijven. De natuur kreeg gaandeweg steeds meer een eigen plek. Daarom heet deze verzameling Terug in de Tijd, terwijl de latere verzamelingen de naam Boodschap uit de Natuur kregen.
Schrijfsels terug in de tijd
ooit geschreven in het heden
nu gelezen als verleden
❤ Keep life simple
Een van de eerste dingen die ik 's ochtends doe als ik beneden kom is even de honden naar buiten laten in de tuin, als het weer goed is. Dan gaan ze op de vlonder liggen om de druk met elkaar in de weer zijnde waterkipjes te kijken. Cailean is als eerste buiten, Cooper stretcht zich eerst nog even uit (in yoga termen gesproken de Zonnegroet). Maar omdat het vriest doe ik tussendoor even de tuindeur dicht.
Cai staat te kijken 'hé waar blijft mijn broer?' Het is een gezelschapsdier. Als Cooper zover is doe ik de deur weer open. Cailean legt zijn poot op Coopers kop, zo van 'Kom je nog? Loop je mee?' achterom kijkend, de tuin inlopend. Mijn ❤️ smolt, want wat zijn ze lief voor elkaar!
Ik sta stil met de honden naast een boom en hoor een apart geluid, een geklik. Mijn antenne gaat direct automatisch aan! Hé wat kan dit voor een dier zijn?! Nieuwsgierig kijk ik omhoog want wat ga ik zo ontdekken? Heel lang blijf ik kijken en luisteren. Maar helaas ik zie niks. Ik kijk weer naar beneden en wil verder lopen en plotseling hoor ik het weer. Er móet iets in die boom zitten.... dus ik kijk weer vol verwachting omhoog... ik zoek... maar nee ik zie toch echt niks. Ik draai mijn hoofd weer naar beneden en kijk recht voor me uit over het water een tuin in, zie ik een man die gewoon zijn nagels staat te knippen.
Ik zat op mijn werk achter de entreebalie in het verzorgingstehuis en er was een hoop reuring in de hal, geroezemoes van de bewoners en het personeel, gepraat, gelach, geschuifel, bewoners die in groepjes in rolstoelen naar het restaurant werden gereden, kortom, gezelligheid en leven in de brouwerij. Er was afgelopen donderdagmiddag een optreden met muziek van Het Danspaleis. Bij een enkeling zag ik een bezorgd gezicht, rode koontjes van de stress van de inspanning die het met zich meebracht en misschien de onzekerheid van wat hen die middag te wachten stond. Toen ik zat te kijken wat er zoal om me heen gebeurde kwamen er ook allerlei gedachten langs. Hoe luxe is het eigenlijk om regelmatig naar een optreden te kunnen gaan, en dat in je 'eigen huis'. Sommige mensen hebben misschien in hun hele leven nog nooit zo vaak een optreden bijgewoond als in deze laatste jaren of maanden van hun leven.
Maar tegelijkertijd was het ook confronterend, merkte ik. Blijkbaar waren deze gevoelens belangrijk om gevoeld te worden. Die middag hoorde ik smartlappen uit de jaren 60. Mijn gedachten brachten me terug naar mijn vader die in een verzorgingstehuis zat en begin dit jaar overleed. Hij zat er dit jaar nog... het lijkt al zo lang geleden. Geweldig vond hij de muziek, het meezingen en soms lekker blèren, want gek doen daar hield hij van. Mijn moeder ging bijna altijd met hem mee en genoot er ook zo van. Soms praat ik met mensen die me aan een van mijn ouders of opa of oma doen denken. Zo apart is dat, alsof ik hun verhaal hoor. Mensen maken ongeveer dezelfde dingen mee, al zijn we soms geneigd te denken dat we veel van elkaar verschillen. Niet dus.
Een half uur voordat het optreden begon hoorde ik dat er een bewoner overleden was. Het voelde bizar op deze feestelijke middag. Dat is het leven, yin en yang. Terwijl ik de familie, de schouwarts en later de begrafenisondernemers te woord stond, was er aan de andere kant de gezelligheid en muziek in het restaurant dat aan de hal grenst. Mijn vader overleed ook in een verzorgingstehuis. Ik zat daar alleen achter de balie met mijn gedachten en gevoelens en niemand die het zag. Ik ademde diep in en uit en liet het maar gebeuren. Ik ben hier misschien niet toevallig als vrijwilliger gaan werken. Achteraf realiseer ik me dat het goed is voor mijn rouwproces. Ook brengt het me op een of andere manier ook een stukje dichter bij mijn ouders en mijn opa en oma's, in de vorm van herbeleving. Ik voel me dankbaar. Ik vind het daar gezellig om te werken en ook rustgevend, want in deze wereld heeft niemand haast, behalve het personeel 😉.
Dit gaat werkelijk nergens over, het is maar dat je dat vast weet. Ik zie net een foto voorbijkomen op mijn computer en ik dacht: 'Huh? Wat is dat nou voor een rare foto? O ja... dát...'
Ik stond van de week op het punt om te vertrekken en ik liep te denken: 'Ik heb zo'n zin in een verfrissend pepermuntje.' Ik baalde een klein beetje, want die hadden we al weken niet in huis (ze stonden op het boodschappenlijstje). Loop ik naar het sleutelmandje toe om de autosleutel te pakken, ligt daar precies het pepermuntje waar ik naar verlangde! Serieus, het was echt raar, want we hadden ze, zoals ik schreef, al weken niet in huis! Ik deed het in mijn mond (urgh, waar kwam dat ding eigenlijk vandaan, bedenk ik me nu) en bedacht me opeens: 'Even een foto van maken.' Hoe absurd om dat te doen natuurlijk, maar er ontstond gewoon alweer een verhaaltje in mijn hoofd.
Affijn, toen was ik onderweg in de auto... en bedacht ik me opeens dat ik het pepermuntje nog op het aanrecht had laten liggen...
In een discussie met je puber belanden is niet zo moeilijk. Sterker nog, voor je er erg in hebt ben je er al in beland! Zo ging het bij mij en dat zonder dat ik het wilde. Maar goed, zucht, we zaten er al in, want ik had niet zomaar mijn dochters kleding in de was moeten gooien, omdat ze die ene broek die pas een keer gedragen was weer aan wilde doen. Ik kon me herinneren dat hij er heel gekreukt uitzag en ik hem niet meer zou aandoen in die staat. Kinderen kunnen hun broek uitdoen door hem helemaal naar beneden, naar hun voeten te duwen en er dan uit te stappen, zodat er vervolgens nog een klein pakketje broek op de grond ligt, soms nog met onderbroek en sokken inclusief. Herken je dat?
Op een gegeven moment zeg ik: 'Ja maar schat, ik ruik altijd eerst aan je kleding of ik vind dat het in de was moet.' 'Wát?? Gatsie, rúik jij aan mijn kleding? Lekker zeg, dat doe je toch niet!' Voor mij de normaalste zaak van de wereld, maar plotsklaps schiet ik ongewild in een schaamtegevoel. Ojé, doe ik iets raars, iets heel vies? In een nanoseconde heb ik een hele discussie met mezelf. Ik weet mijn goede reden waarom ik dit deed weer snel te vinden en vertel mezelf dat dat natuurlijk niet raar is voor een moeder. Hoe weet ik anders of het in de was moet? 'Voortaan blijf je met je tengels van mijn kleding af', zegt mijn dochter resoluut. OMG! Wat een vreselijke uitspraak vind ik dit! Dit zei mijn moeder vroeger ook tegen mij! Mijn gedachten schieten weer als de wiedeweerga heen en weer: maar dit zeg ik toch nooit? Blijkbaar heb ik het ooit wel gezegd, want ze moet het wel van mij hebben. Bah, iets wat ik helemaal niet horen wil! 'Zeg, wil je niet zo brutaal doen! Zo zeg je dat niet tegen mij.' 'Het is maar wat je zelf met je gedachten doet', krijg ik als antwoord van mijn (eigen)wijze dochter.
Precies een van de thema's waar ik mee bezig ben in mijn opleiding (je kunt kiezen wat je denkt en voelt, je bent niet je gedachten). Hmmm... hier loopt een kopietje van mezelf rond. Het is natuurlijk geen toeval dat ik dit antwoord (terug) krijg. Van binnen lig ik in een deuk van het lachen, wat een gekke situatie en uitspraken weer! Gelukkig was de discussie snel ten einde en ik zal niet meer ongevraagd haar kleding in de was gooien, had ik beloofd... maar of ik dat ga volhouden? 😄
Heb je weleens gemerkt hoe makkelijk je gedachten teruggaan naar hoe het vroeger was? Veranderingen kunnen soms best lastig zijn, zoals je gezondheid, ouders die geestelijk of lichamelijk achteruitgaan, of werk dat opeens wegvalt. Zo had ik zelf lange tijd een leven vóór en na borstkanker. Pas veel later ontdekte ik dat ik me onbewust aan die gedachte bleef vasthouden. Ik denk dat veel lotgenoten dat zullen herkennen.
Dit vind ik een leuke gedachte.
Ons lichaam verandert voortdurend. Cellen vernieuwen zich elke seconde. Dus je bent sowieso niet meer helemaal dezelfde persoon als een seconde geleden, net zoals je ook niet meer de baby, kleuter of tiener bent die je ooit was. Dat besef hielp mij om anders naar die gedachte van 'voor en na' te kijken.
Rouwen doet iedereen op zijn eigen manier. De een wordt overvallen door veel korte of lange huilbuien, de ander huilt haast niet. Ik behoor tot de laatste groep, kwam ik achter. Het verbaasde me hoe weinig ik moest huilen na het verlies van mijn ouders. Ik begreep mijn reactie in eerste instantie niet helemaal, want ik zag dat mijn broer en zus veel emotioneler waren. Ik was even bijna geneigd er een waardeoordeel aan te hangen: hoe meer je huilt, hoe meer het je doet... Onzin natuurlijk, ik deed het op mijn manier. Ik heb veel voor ze gezorgd en we hebben zoveel mooie momenten met elkaar gedeeld. Vaak hoefde ik niet eens iets te zeggen, alleen maar bij ze te zijn en de liefde te voelen. Vooral de laatste periode voelde ik dit heel sterk. Door hun slechte gezondheid was ik al een hele poos afscheid van ze aan het nemen. Heel bewust ben ik met ze in de weer geweest, wetend dat er een moment zou komen dat ze naar gene zijde zouden gaan. Hun dood had onverwacht kunnen komen, maar we hebben bij beiden het 'geluk' gehad dat we het aan zagen komen en we er met ze over konden praten. Hoe bijzonder is dat! De dood heeft me sowieso altijd al geïntrigeerd. Zonder dood geen leven. Ook denk ik weleens aan sommige beestjes die maar één dag leven.
Vannacht droomde ik over mijn moeder. Ze was ziek en ik was zo intens verdrietig dat ze doodging dat ik tranen met tuiten gehuild heb. Ik kon mezelf (eindelijk) helemaal laten gaan. En weet je wat het áller mooiste was? Ik heb uitgehuild in de armen van mijn moeder!! Ik ben zo dankbaar voor het hebben van dromen. Je kan weer even echt bij elkaar zijn. Ik ben ook dankbaar dat ik mijn dromen vaak nog herinner, want dan kan ik stilstaan bij wat me (on)bewust bezighoudt. Natuurlijk was het geen toeval dat ik juist vannacht over mijn moeder droomde, want gisteren hadden we het over haar gehad.
Wat was nou het geval? Mijn zus, broer en ik waren gisteren bezig met de laatste handelingen na mijn moeders overlijden. Ook moest er een datum gepland worden waarop we de as van mijn moeder kunnen ophalen bij het crematorium. Die van mijn vader hebben we recent in handen gekregen. We wachten tot we de as van allebei hebben en gaan die dan uitstrooien op dezelfde dag dat we de as van mijn moeder ophalen. We waren dus onder andere bezig met het plannen van een datum. Mijn zus had de uitvaartonderneming gebeld en kwam met de eerst mogelijke datum waarop de as vrijgegeven wordt, namelijk op mijn vaders verjaardag, de dag waarop mijn vader 84 jaar geworden zou zijn. Wonderlijk!
Ik vind het zo genieten op de vroege ochtend de honden uitlaten in alle rust. Je zou kunnen denken wat valt er dan te beleven? Zo ongemerkt meer dan je denkt...
Tweede Kerstochtend liep ik de honden uit te laten. Het was nog stil op straat zoals op zondagochtend altijd het geval is. Ik zag een vrouw met haar hond richting haar huis lopen, een nieuwe woonwijk met riante huizen. Ze kon haar huis alleen bereiken door eerst een mega groot hek te openen die de hele woonwijk afsloot voor... wie zal het zeggen? Ik liep te denken dus iedereen die daar woont sluit ook zichzelf op achter een hek! Wie kiest er nou voor vrijwillig leven in gevangenschap en dat terwijl je het hartstikke goed hebt. Raar toch eigenlijk als je daar over nadenkt?
Even verderop liep ik door een andere, eveneens riante woonwijk en bij een huis begonnen twee waakhonden in de tuin te blaffen. Godzijdank stond er een hek tussen want ze gingen me toch tekeer. Nou dat is ook "fijn" wonen, elke keer in je eigen herrie zitten als er een voorbijganger langs loopt! En ook "gezellig" voor hun buren die van hun mooie omgeving en rust willen genieten...
Verderop in diezelfde straat kwam ik een vriendelijke vrouw van middelbare leeftijd tegen die haar hond uitliet. Na ons gesprekje liep ze haar tuin in, met een mooi kasteel van een huis. Ik moest diep van binnen ineens zo lachen! Zij liep in haar knalgele reflecterende verkeershesje zodat ze duidelijk zichtbaar was voor het verkeer. Maar wat was nou de grap? Er was helemaal geen verkeer, er was geen hond te bekennen.
Ik vraag me af hoeveel invloed angst soms op ons heeft. Ook als het gevaar er op dat moment helemaal niet is.
In de gesloten afdeling van het verpleeghuis kwam een vriendelijk ogende man naar me toe. Hij vroeg welke datum het was. Ik zei: '21 december, de eerste dag van de winter'. 'Niet 23 december?' 'Nee 21 december'. 'Oh.. oh..', zei hij bedachtzaam, 'er is iets volgens mij op de 23ste'. Ik dacht aan Kerst dus zei dat het op 25 december eerste kerstdag is. Hij bedankte me en liep weg.
Even later kwam hij terug en schoof hij me een briefje onder mijn neus waarop stond: 23 t/m 27 december naar Renee. Hij ging dus uit logeren! Hij glunderde toen ik het voorlas en vroeg snel: 'Is het al 23 december?' 'Nee', zei ik, 'nog twee nachtjes slapen' (en dat heb ik nog 3 keer herhaald voor hij de kamer uit was). Ik vond dit zo aandoenlijk, daar smelt mijn hart van.
Een onverwachte bezoeker. Ik liep gisterenavond naar de keuken om even een kop thee te maken. Toen zag ik dat het licht in onze achtertuin aangegaan was en schoof ik het gordijn opzij om te kijken waarom het licht brandde. Toen zag ik deze egel, zo schattig met een waterdruppeltje op zijn neus! Hij bleef me aanstaren, ook al deed ik de keukendeur open om een foto van hem te maken. Ik word hier zo blij van. Ik kan me over dit soort dingen zo verwonderen dat ik juist op dat tijdstip beneden kwam. Als ik eerder of later beneden was gekomen, zat hij daar misschien niet meer. Of ik had ook niet naar buiten kunnen kijken...
Ik was niet zo slim om op een parkeerplaats bij een winkelcentrum vlak voor een vrachtwagen langs te lopen. Ik liep er zo dicht voorlangs dat ik hem bijna kon aanraken. Ik was op dat moment overtuigd dat de chauffeur aan het uitladen was en er dus niemand achter het stuur zat. De vrachtwagen startte, schoot een stukje naar voren en direct trapte de chauffeur op zijn rem. Godzijdank, hij had mij gezien! Het gebeurde allemaal in een fractie van een seconde. Gek genoeg schrok ik wel, maar drong het toch niet helemaal tot me door. Eigenlijk kon en kan ik nog steeds alleen maar denken: wat fijn om te weten dat het mijn tijd nog niet is om te gaan hemelen! En gek genoeg word ik hier nog blij van ook, want hoe mooi is het om dat te beseffen. Maar OMG, het had wel even anders af kunnen lopen.
Pas geleden reed er bijna een auto tegen mij aan. Net op tijd trapten we allebei op de rem. Ik bleef heel rustig en zei alleen maar: 'Oeoeh!' Bijzonder om te ervaren hoe rustig mijn hersenen in zo'n spannende, gevaarlijke situatie reageren, in slow motion. Ik vraag me nu af: stel dat het echt misgaat, zie je jezelf dan ook in slow motion sterven?
Wat een geweldige uitvindingen zijn social media, WhatsApp en sms. Je kunt op elk moment van de dag met elkaar in contact staan. Maar ik merk ook dat het soms lastig is om elkaar echt te begrijpen.
Herken je dat? Je zet iets met een knipoog op Facebook en iemand reageert bloedserieus. Of je schrijft iets waarvan je denkt dat de boodschap heel duidelijk is, terwijl de reactie laat zien dat iemand er iets totaal anders in leest. Of je stuurt iemand een berichtje en daar wordt soms pas dagen later, of helemaal niet, op gereageerd. Mijn kinderen schijnen daar minder last van te hebben. "Mam, dat is toch normaal dat niet iedereen direct reageert." Jawel... maar ik moet er gewoon aan wennen (als het al went).
Ook in groepsgesprekken valt me iets op. Iemand stelt een vraag en vervolgens reageren mensen niet op de vraag zelf. Bijvoorbeeld: "Weet iemand waar mijn sleutels liggen?" waarop meerdere mensen antwoorden: "Ik niet." De vraag was niet wie ze níet had gezien, maar wie ze wél had gezien.
Wat me vooral fascineert, is hoe verschillend mensen hetzelfde bericht kunnen lezen. Of horen. Een reactie zegt soms net zoveel over degene die reageert als over degene die het schreef of zei.
Als ik de honden uitlaat wil ik nog weleens hardop of in gedachten met dieren of (vliegende) insecten praten. Zo ook vandaag. Toen ik met mijn dochter buiten liep, was ik in gesprek met een vogel. Ineens hoor ik: 'Mámmm, doe normaal!' (iets in die trend). Ze vond me weird en dat kon ik me goed voorstellen! Pas op het moment dat ze dit tegen me zei werd ik me er pas van bewust dat ik hardop tegen een vogel zei: 'Ja hoor, ik hoor je wel.' Ik vind het altijd leuk om te kijken of ze op me reageren. We lagen helemaal in een deuk, want ik kan nou eenmaal prettig gestoord doen.
Vroeger, toen ik klein was en midden in een atletiekwedstrijd zat, was ik ineens foetsie op het moment dat ik aan de startblokken moest verschijnen, want ik zat aan de slootkant een kikker te bestuderen in plaats van bezig te zijn met mijn wedstrijd. Mijn liefde voor dieren zat er al vroeg in.
Later in onze wandeling zag ik een hele mooie veer en ik zei: 'Oh, die is móói, moet je kijken.' Op het moment dat ik 'kijken' uitsprak stond ze met haar schoen op die veer... en kapot was hij. Daar gingen we weer 😂, wat kunnen we toch ontzettend lachen om de meest onnozele dingen, heerlijk! Op de foto staat een soortgelijke veer, die ik toevallig een dag eerder had gefotografeerd.
Mijn oudste dochter had een parttime baan en in haar vrije tijd liet ze regelmatig met mij de honden uit. We bespraken van alles en we hadden het altijd gezellig samen. Sinds kort werkt ze fulltime en ineens realiseerde ik me dat onze uitlaatmomentjes nu verleden tijd zijn. De laatste keer dat we samen buiten liepen wisten we niet dat het misschien de laatste keer was. Ik wist natuurlijk wel dat dit moment er een keer aan zou komen, maar het gemis voel je pas achteraf.
Door hier even bij stil te staan glipt het leven voor mijn gevoel niet ongemerkt door mijn vingers. Leven is voortdurend veranderen en afscheid nemen.
Mijn man, onze dochter, schoonzoon en ik zaten in de trein, want we waren naar het Waanzin Festival in Utrecht (TivoliVredenburg) geweest. Via het raam maakte ik deze waanzinnig mooie foto's. De linker foto vind ik geestig en de rechter lijkt op een schilderij.
Tijdens dit evenement bevroegen wetenschappers, kunstenaars, filosofen en ervaringsdeskundigen de grens tussen normaal en abnormaal. Zij lieten zien waarom er meer ruimte moet zijn voor het afwijkende. Mogen we nog wel afwijken van de norm? Wat is waanzin eigenlijk?
Ik liep vanmiddag buiten 🌱 toen ik werd aangesproken door een dame die bij ons in de straat woont. Ze vertelde me dat ze zich erover verbaasde dat ik elke dag drie keer per dag met de honden buiten loop. Elke dag dezelfde weg, dat leek haar zo saai!
Ik loop allerlei routes, maar wel door dezelfde buurt(en). En elke keer kom ik weer andere mensen tegen. Regelmatig maak ik een praatje dat telkens over een ander onderwerp gaat. Altijd is de natuur mooi en afwisselend. Ik zie nieuwe spinnenwebben, slakken die een fascinerend slijmspoor achterlaten, doodgetrapte insecten, insecten die vliegen, reigers, eenden, kuikens, zwanen die opvliegen of landen op het water met veel kabaal door hun grote vleugels, lege eierschillen van een vogel of eend, de zon, wolken die continu veranderen, blauwe luchten, mist, regenbogen, allerlei soorten papiertjes, plastic zakjes, kartonnen doosjes op straat of in de bosjes, bloemen die verder uit hun knop zijn gekomen dan de dagen daarvoor, mensen die zich voortbewegen op allerlei manieren, elke keer weer met andere gezichten: in gedachten, lachend, pratend, strak voor zich uit kijkend, chagrijnig. De ene dag is het koud, dan weer heet, met of zonder wind, mooie of slecht onderhouden huizen, storm, regen... Heb je nog even? Dus hoezo saai en elke keer weer hetzelfde?
'Pfff, wat een werk,' ging ze verder. 'Nou, daar blijf je natuurlijk wel mooi slank bij.' Ze was blijkbaar vergeten dat ze me ongeveer een jaar geleden precies hetzelfde vertelde. Dit zijn haar gedachten bij het zien van mij buiten met de honden. Leuk toch, zulke dingen, want dan heb ik weer iets om over te schrijven.
Ik moet even mijn geluksmomentje delen. Soms kan je dingen beter niet weten, want sinds mijn apps van de fitness en stappenteller gesynchroniseerd zijn ben ik verslaafd aan erop kijken! Het is zo 'vervelend' (niet). Ik moet nu een paar keer per dag kijken of ik van mijn plek gebonjourd ben en zo ja, sta ik lager of hoger? Taraaaaaa, ik kwam uit het niets binnen op de 153e plek van de minstens 200 leden op de lijst van de sportschool en schoot van het ene op het andere moment naar de 8e plek door het synchroniseren. Het is natuurlijk heerlijk egostrelend en ook relatief, maar ik heb hier even grote binnenpret om, dat ik dit nog mag meemaken!
Na een paar jaar getobd te hebben met blessures en migraine (waarvan ik tot voor kort niet wist dat het migraine was) kwam ik maar niet waar ik wezen wilde met fitnessen. Na een lange weg te hebben bewandeld langs (alternatieve) artsen, fysiotherapie, osteopathie, massages tot aan revalidatiefitness toe, ging het maar niet beter met me en ik was zo teleurgesteld, boos en verdrietig dat ik besloot helemaal te stoppen met fitnessen. Daarvoor in de plaats ging ik aan Qigong doen, een Chinese bewegingsleer, om toch lekker bezig te blijven. Dit is het rustigste dat ik ooit aan lichamelijke inspanning heb gedaan. Ik dacht serieus nooit meer een sportschool binnen te lopen. En zeg nooit nooit, want ineens kreeg ik drie maanden geleden toch weer de geest. Ik verlangde weer naar een bepaald soort energie die ik van fitnessen krijg en om mijn spieren te versterken, om nu en later minder blessuregevoelig te zijn. Dingen gebeuren pas wanneer de tijd rijp is en dat is blijkbaar nu!
In het park, vlak bij een boom, zit een gat in de grond. Daar heeft een plant gestaan, er zitten nog restanten van de wortels. Niks bijzonders, ik weet zeker dat iedereen er voorbij loopt of fietst zonder iets op te merken. Omdat ik sta te wachten op mijn rondsnuffelende hond heb ik de tijd om goed rond te kijken. Ik zie er van alles rondvliegen en hoe langer ik er sta, hoe meer bijen ik zie. 'Zou daar iets zijn?' Dus ik ga op mijn hurken zitten en ja hoor, er zitten een paar bijennestjes in de grond! Ik zie in het gat de wortels van een plant die er gestaan heeft en daarnaast twee hoopjes aarde bovengronds. Ik heb geleerd dat bijen dus in de grond hun nest kunnen graven. Ik ben even in de zevende hemel, maar wel met beide voeten op de grond.
Die nacht sliep ik slecht. Het maalde door mijn hoofd waar wij mensen allemaal overheen walsen, zonder te beseffen wat die kleine beestjes allemaal opgebouwd hebben... of inmiddels hadden.
Zie je alleen mooie foto's op Facebook, Instagram of waar dan ook voorbij komen? Nou, foto's en verhaaltjes zijn (vaak) niks anders dan een momentopname. En natuurlijk weten we dit wel, maar toch... waarom voelen dan zoveel mensen zich ongelukkig achter hun scherm omdat het leven van anderen alleen maar zo mooi lijkt? Ik zal je uit je droom helpen, want kan een situatie het ene moment ontspannend, héérlijk en mooi zijn, het andere moment kan je in een hele andere vibe terechtkomen! Zoals ik vanmiddag, ik stuur mijn vriendinnen een foto van een prachtig uitzicht dat mijn man en ik hadden, al zittend op een bankje in een park (foto links). Zoals je ziet lieten we hier onze twee honden uit. Mijn vriendinnen appten terug dat ze het een schilderijachtige foto vonden en dat was het ook natuurlijk! 'Oh, wat zitten wij hier heerlijk "zen", terwijl half Nederland vandaag op Koningsdag (gezellig dat wel) in de drukke mensenmassa over vrijmarkten loopt te struinen,' dacht ik bij mezelf.
Totdat we verder liepen en onze pup van acht maanden per ongeluk in de sloot viel, omdat het groen boven op de sloot was en dit voor hem waarschijnlijk een verlengstuk van het grasveld leek. Het was geen 'schone' sloot maar een van de meest vuile baggersloten helaas. Dat was, behalve zijn drinkbak, zijn eerste ervaring met water (en maar goed ook, eens moest de eerste keer zijn). Ik moest hem er uiteindelijk uitsleuren aan zijn riem, maar eerst lieten we hem even aanmodderen, zodat hij goed zou onthouden dat hij dit nooit meer doet! (Hopen we.)
De rest van de rit naar de auto rolde hij zichzelf over het gras, het jeukte, het voelde in ieder geval niet lekker! Af en toe even langs mijn benen schuren, met als gevolg dat mijn broek steeds zwarter en natter werd.... Dus je kan je voorstellen, hij moest de auto nog in getild worden (dus ook mijn jas vies) en eenmaal thuis moest hij de trap op getild worden. Daarna kreeg hij een héél lange douchebeurt! Het leek alsof die zwarte drap niet uit zijn haren ging (en dat ging het ook niet helemaal). Daarna moest ik nog de badkamer schoonmaken (denk aan al dat uitschudden), de handdoeken in de wasmachine doen en niet te vergeten mezelf omkleden en schoonmaken.
Hebben mijn vriendinnen al deze foto's gezien? Nee natuurlijk niet. Ik heb er niet eens de tijd voor gehad, of beter gezegd genomen gezien de omstandigheden. Dus wat denken zij tot nu toe, denk je? Misschien wel: 'Oh, wat heeft die Viviënne toch een heerlijk rustige middag gehad in haar schilderijachtige omgeving.' Nu heb ik weer rust en ga ik ze zo maar eens even de rest van het verhaal vertellen, denk ik.....
Mijn mening. Bijna elke ochtend lees ik het nieuws van de dag even door op mijn pc. Onverwacht springt daar iets opvallends uit dat me raakt. Het stukje waarover ik me opwond ging over de beste World Press Foto 2018. De foto kon ik hier bijna niet plaatsen, te akelig, maar toch heb ik het gedaan, want dan begrijp je waarover ik schrijf. Brrr... en kijk, die handen staan stijf van de pijn. Vreselijk!
Ik vroeg me af: waarom is deze akelige foto gekozen tot de beste World Press Foto 2018? Dus ik googlede 'World Press Photo' om te lezen waar dit voor staat en kwam bij Wikipedia terecht. Bij het lezen van de woorden 'prestigieuze fotografiewedstrijd', 'prijswinnende foto's', 'ontwikkelingen in de fotojournalistiek stimuleren' en 'uitwisseling van kennis aan te moedigen' lopen de rillingen over mijn rug. We mogen onze ogen niet sluiten voor het leed in de wereld, dat vind ik ook, maar hang geen prijs aan een foto waarbij iemand voor zijn leven vecht!
Bij het zien van deze foto kreeg ik een machteloos gevoel, laat staan hoe machteloos het slachtoffer en de omstanders zich gevoeld moeten hebben. Later viel mijn oog op een stukje uit Trouw (geschreven in 2017), waarin onder andere staat hoe er zelfs gerommeld wordt met sommige World Press Photo's. Winnende foto's schijnen al een aantal keren geënsceneerd te zijn (dat betekent: een vorm van fotografie waarbij de fotograaf als een regisseur alles van tevoren in scène zet om volledige controle te hebben over de wijze waarop zijn of haar idee wordt gevisualiseerd). Ook daar zakt mijn broek van af! Ik ben ook maar een simpele ziel, misschien begrijp ik er niks van en zie ik het verkeerd. Maar toch... ik snap het soms gewoon niet.
Wat mijmeringen over een rondje hond uitlaten.
Vaak heb ik de route die ik ga lopen thuis al uitgestippeld. Dat gebeurt automatisch. Ga ik zodra ik de deur uitstap links- of rechtsaf? Onderweg wijk ik daar regelmatig weer van af. Soms wil ik ineens een korter rondje lopen, omdat ik nodig naar de wc moet of me vermoeider voel dan ik dacht. Een andere keer loop ik juist verder, omdat het zo heerlijk is buiten. Ook het weer speelt mee. Bij zon ziet een andere route er ineens aantrekkelijker uit, bij hitte, kou of regen pas ik mijn route juist aan. Soms kies ik een andere kant omdat ik iemand zie lopen met wie ik geen praatje wil maken. Of juist wél, waarna ik besluit gezellig een stukje met diegene mee te lopen. Zie ik een hond aankomen waarvan ik weet dat onze honden naar elkaar uitvallen, dan steek ik liever over. En heel af en toe voelt het zelfs alsof ik juist díe weg moet lopen, zonder dat ik weet waarom. Kan ik niet kiezen? Dan laat ik de hond beslissen. Dat is lekker makkelijk.
Als de honden poepen moeten er ook keuzes worden gemaakt. Ruim ik het op of niet? Meestal ruim ik het op. Maar soms poepen ze op een plek waarvan ik denk hier kan ik het wel laten liggen, daar heeft niemand last van.
Ik laat de honden drie keer per dag uit. Reken maar mee: 21 keer per week, ongeveer 90 keer per maand en 1.095 keer per jaar. Best bijzonder eigenlijk dat die wandelingen me nooit vervelen. Misschien komt dat omdat ik altijd wel iets zie dat mijn aandacht trekt: een bijzonder takje, een mooi steentje, grote vissen of mooie insecten. Mijn gedachten dwalen af, en liedjes spoken door mijn hoofd. Liedjes uit de oude doos of kerstliedjes midden in de zomer.
Mijn dag begint voor de verandering buiten, met ons ontzettend schattige agossie possie pupje uitlaten in mijn pyjama en met een prachtig slaapkapsel dat alle kanten op staat. Daarna ging ik douchen, met de pup in de badkamer. Hij vond het maar niks, want waar was zijn baasje ineens gebleven?
Vandaag regende het de hele dag. Ik liep om de beurt met de honden buiten. Niet drie keer per dag zoals ik normaal gesproken met één volwassen hond zou doen (de vierde keer doet een ander familielid het), maar ik ben inmiddels de tel kwijt. Ze moeten meerdere keren per dag naar buiten, en we weten nooit wanneer we moeten 'rennen' (met hoge nood). Onze bejaarde hond is incontinent, de pup is nog niet zindelijk en onze oudste gaat gewoon vier keer per dag uit.De een komt met lopen haast niet vooruit, de ander ging onderweg zitten en wilde vandaag helemaal niet meer lopen en de derde liep gewoon mee. En maar hozen ondertussen... echt hondenweer!
Binnen worden we regelmatig uit het niets aangevallen en hangt ons schattige wolletje in een broekspijp. We glijden uit over de urine of struikelen over loslopend wild. Oppassen dus de hele dag, want er kan zomaar een hap uit de keukenkastdeur genomen worden. Soms is de bank het doelwit of de houtblokjes uit de plantenbak (die we inmiddels verplaatst hebben) en alles wat we op de grond laten slingeren, moet nu hoog weggelegd worden. Dus ben ik continu op mijn hoede of iedereen hier in huis zijn spulletjes heeft opgeruimd.
Gisteren hoorde ik ineens: krrrrrrgt... en was mijn goede jas aan de beurt. Er bleef een scherp tandje in hangen...
En tussendoor gaan de wasjes, huishoudelijke klusjes en alle andere dingen natuurlijk ook gewoon door.
Begrijp je dat we, als hij eindelijk rustig ligt te slapen en er visite komt om de kleine te bewonderen, zeggen: "Geef hem geen aandacht! Laat hem alsjeblieft even rustig liggen". Over slapen gesproken, gelukkig slaap ik 's nachts redelijk goed door, zodat ik... nee, nu zou ik willen schrijven: de volgende dag er weer fris en fruitig tegenaan kan. Maar de waarheid is dat ik doodmoe opsta, met de gedachte in mijn achterhoofd dat het maar tijdelijk is dat onze wereld op zijn kop staat.
Dus zie je af en toe een foto voorbij komen van een schattig pupje en denk je: "Agossie possie..." Weet dat er ook een minder agossie possie kant aan zit. Hier zie je onze Agossie possie pup.
Cailean
Zitten we in de dubbeldekker voor een ritje door het mooie Stockholm. Aan de overkant van het gangpad zit een Indiase tiener met een zakje Churros-chips. Churros-chips? Die kende ik nog niet, alleen de vers gefrituurde variant.
"Oh Chels kijk, mijn lievelingssnack! Ik zou deze best willen proeven. Zal ik het gewoon vragen?" fluisterde ik. Dat was natuurlijk een grapje, dat doe ik echt niet.
Maar even later krijg ik per ongeluk zó die zak Churros in mijn gezicht geduwd! Per ongeluk gelukkig, want het meisje wilde ze net aanbieden aan haar familieleden die een stoel achter ons zaten. Ze verontschuldigde zich direct.
Ik grapte in het Engels: "Oh, heerlijk, dank je!"
En prompt zegt ze: "Wilt u er ook een paar proeven? Ze zijn erg lekker."
Chelsey liet er geen gras over groeien en riep meteen: "Doen mam!" Dus tja, die kans kon ik natuurlijk niet laten lopen.
Nou, hoe is het mogelijk! Echt lekker waren ze helaas niet... Maar ach, dat is achteraf misschien maar goed ook, anders had ik misschien hier de rest van de vakantie stad en land afgezocht naar die dingen.
Vandaag had ik mijn eerste les van het Healingjaar, over bewustwording en healen met energie. Genoten!
Op een gegeven moment bood de docent iedereen een bakje met jaspis-edelstenen aan. Ik mocht als eerste een steen kiezen. Nadat ik er één had uitgezocht, zei ze: "Oh, dat is een kraal, de enige die ik ertussen heb gedaan." Toevallig? Ik maak sieraden en had niet eens gezien dat het een kraal was.
Het thema van de les was de kleur bruin, aarden en veiligheid. We moesten iets meenemen dat we mooi vonden en bruin van kleur was. Thuis dacht ik nog: Bah, wat een saaie kleur! Het kostte me moeite iets te bedenken. Eerst dacht ik aan mijn bruine ochtendjas, maar die vond ik toch wat vreemd om mee te nemen naar mijn eerste les. Uiteindelijk werd het mijn bruine handtas.
Tijdens de les viel ineens het kwartje. Juist de spullen die ik dagelijks dicht bij me draag en belangrijk vind, zijn bruin. Uitgerekend de kleur die ik altijd zo saai vond. Grappig hoe zo'n eenvoudige opdracht je ineens anders naar iets laat kijken.
Bruin staat onder andere voor stabiliteit, betrouwbaarheid, natuurlijkheid en veiligheid.
Ach, wat heb ik toch een geweldige, lieve en zorgzame man. De ene na de andere mail of app krijg ik van hem binnen. Informatie over het hotel, de vliegreis en nu weer over de bagage. Ik schaam me bijna een beetje. Het is míjn reis en híj is degene die zich overal in verdiept. Misschien wordt het tijd dat ik die berichten eens ga lezen. Nota bene mijn eigen reis.
Binnenkort ga ik namelijk voor het eerst zonder mijn man vliegen. Samen met mijn dochter ga ik een paar dagen naar Stockholm. Superleuk, maar ook behoorlijk buiten mijn comfortzone. Ik ben iemand die bang is om te verdwalen, omdat ik niet zo'n goed richtingsgevoel heb. Eerlijk gezegd neem ik ook nooit het voortouw als het om reizen gaat. Ik stap liever onbevangen in en laat me verrassen.Al dat uitzoeken, regelen en lezen... ik heb er simpelweg weinig geduld voor.
Maar goed, ze zeggen weleens dat het leven buiten je comfortzone begint. Inmiddels ben ik de vijftig al gepasseerd en heb ik in mijn leven al heel wat uitdagingen aangegaan. Waarom zou dit dan niet lukken? Bovendien... alles is al geboekt, dus terugkrabbelen is geen optie meer. Misschien is dat maar goed ook.
Ik heb er ontzettend veel zin in. Even samen met mijn dochter op stap. Moeder-dochtertijd is ook heel waardevol. Stockholm... here we come!
Aan het eind van de ochtend haalde ik mijn vader op uit het verpleeghuis waar hij nog niet zo lang woont. We zouden op visite gaan bij mijn moeder, in het huis waar hij met mijn moeder gewoond heeft. Dit was de eerste keer na zijn verhuizing dat hij daar weer kwam. Aansluitend zouden we bij de dagopvang langsgaan waar hij voorheen naartoe ging, om gedag te zeggen.
Toen ik het verpleeghuis in liep zat mijn vader in de kring, tussen lotgenoten. Ze hadden een stok in hun handen waarmee ze de strandballen naar elkaar konden slaan. Ik liep naar mijn vader en tikte op zijn schouders. Als een klein kind zo verrast begroette hij me. Hij was blij dat ik hem kwam halen. Ik zette zijn rollator klaar en de vrouw naast hem trok me aan mijn arm en zei: "Is dat mijn rollator? Die heb ik nodig." "Nee mevrouw, deze rollator ernaast is van u," zei ik. "Oh gelukkig," antwoordde ze gerustgesteld. "En komt u mij zo ook halen?" Ze hing al half uit haar stoel om met me mee te lopen. "Nee, niet ik, maar er komt straks wel iemand anders u ophalen," verzon ik ter plekke. Er verscheen een glimlach op haar gezicht. Ze was zichtbaar opgelucht.
Het was een kort autoritje naar mijn moeder, met vooral een hoop werk! Rollator in de auto tillen, de rolstoel bij mijn moeder halen (ze woont in een flat) om mijn vader daar vervolgens in te zetten. Hij is slecht ter been en kan nauwelijks bewegen. Maar gelukkig kán hij nog bewegen en kan hij daarom nog mee. Eenmaal aan de koffie vroeg hij om de zoveel minuten: "Ben ik hier eerder geweest? Heb ik hier gewoond?" Op een gegeven moment zag ik een blik in mijn vaders ogen en dacht ik te zien dat hij het wéér ging vragen. Dus snel stelde ik dit keer zelf de vraag: "Heb ik hier gewoond?" Hij keek me aan en begon te lachen, want inderdaad, ik betrapte hem onverwacht op die vraag. Hij wilde hem net toevallig gaan stellen. Veel meer zinnigs kwam er die middag niet uit. Hij was alleen bezig met wat hij herkende en met wat hij allemaal niet herkende, dat hij van zijn situatie niets begreep en dat oud zijn niet meevalt. En als ik met mijn moeder te lang in gesprek was, dan leek hij al snel af te dwalen naar dromenland en vielen zijn ogen dicht, want hij kon het allemaal niet volgen. Maar we zaten hier voor hem, dus dat liet ik niet te vaak gebeuren. Mijn moeder zag dat niet.
Na een boterhammetje gingen we koffie drinken bij de dagopvang. Hij herkende het daar niet echt, maar dat mocht de pret niet drukken, want hij was een dagje op stap. Het was allemaal best vermoeiend en voordat hij in slaap viel zette een van de begeleiders hem snel tussen de andere bewoners achter het bord Rummikub. Met hulp kon hij even meespelen. Eenmaal terug in het verpleeghuis dacht ik dat hij wel moe zou zijn en naar zijn kamer wilde, maar nee hoor, hij wilde gezellig in de woonkamer gezet worden tussen de andere bewoners. Vlak voordat ik naar huis ging vroeg ik hem of hij een fijne dag gehad had. Hij keek me een beetje ongemakkelijk aan en zijn antwoord was: "Geen idee, heb ik wat gedaan vandaag?"
Op de terugweg naar de uitgang kwam ik op de gang een leidster van de gesloten afdeling tegen met een dementerende vrouw aan haar zijde. Ik moest haar wat vragen en terwijl we stonden te praten zag ik dat de oude dame wat wankel op haar benen stond, dus pakte ik automatisch haar andere hand vast. Na een paar minuten zetten we haar op het bankje dat vlakbij ons stond. De vrouw liet mijn hand niet los en gaf me een paar lieve handkusjes. Zo vertederend. Respect voor de mensen die met ze werken!
Toen ik moe terug naar huis reed, vroeg ik me teleurgesteld af of ik alles voor niets ondernomen had. Maar diep in mijn hart wist ik wel beter. Hij had genoten in het moment en was weer dankbaar zoals altijd. In het verkeer gingen mijn gedachten alle kanten op en realiseerde ik me dat ik nu weer in een andere wereld terecht was gekomen, die van het snelle verkeer. Waar ook iedereen in zijn eigen bubbel leeft.
Het valt niet altijd mee om met z’n zessen in één huis te leven, de boel een beetje netjes te houden en af en toe aan de ander te denken. Gelukkig lachen we heel wat af, want inmiddels heeft iedereen in huis een eigen bijnaam gekregen.
Het begon allemaal toen mijn man riep dat ‘Iemand’ iets niet had gedaan. Al gauw bleek ik die Iemand te zijn, en eerlijk is eerlijk, hij had soms best gelijk. Vanaf dat moment keek iedereen direct naar mij zodra er weer eens iets was gebeurd. Het was het begin van een hilarisch woordenspelletje dat we nog dagelijks spelen.
Bij ons thuis laat Iemand namelijk áltijd zijn rotzooi slingeren. En heeft Iemand het raam nou alweer zo lang open laten staan? Het is steenkoud in huis!
Gelukkig hebben we ook Niemand nog. Niemand heeft de sleutel aan de buitenkant van het slot laten zitten. En Niemand zet ooit zijn eigen vaat in de vaatwasser.
Ze zijn trouwens allemaal lekker makkelijk. Als er een jas van de kapstok valt, laat Ze die gewoon op de grond liggen. En kan Ze haar kamer nu eindelijk eens een keertje opruimen? Iedereen denkt hier soms alleen aan zichzelf, zonder ook maar een seconde aan De Ander te denken.
En dan hebben we nog Wie. Wie gooit er in vredesnaam zijn vuile was náást de wasmand in plaats van erin? Wie heeft dat gedaan?! En Wie spoelt het bad niet even na nadat hij er met een kleimasker in heeft gezeten? Oh, en Wie heeft het deksel weer eens scheef op de pindakaaspot gedraaid?
Jullie doen soms echt heel vervelend en Jullie vinden dat je altijd gelijk hebt.
Maar onderaan de streep is Allemaal schuldig. Allemaal doen we het wel eens, en gelukkig kunnen we er met z'n allen ook heel hard om lachen!
Vandaag krijg ik de uitslag van mijn botscan. Een gewone donderdag, zoals alle andere... en toch ook weer niet. Sinds de scan, twee dagen geleden, voelt het alsof mijn leven even op pauze staat. De wereld draait gewoon door, maar mijn gedachten niet.
Ik probeer mezelf voor te houden dat het goed komt. Niet voor niets slik ik medicijnen die eventuele uitzaaiingen moeten onderdrukken. Toch merk ik dat de spanning langzaam oploopt. 's Ochtends lukt het me nog aardig om mijn hoofd koel te houden, maar hoe dichter de afspraak in het ziekenhuis komt, hoe harder mijn gedachten beginnen te malen. Schrijven helpt.
Opvallend genoeg ga ik alleen naar het ziekenhuis. Pas onderweg vraag ik me af waarom eigenlijk. Misschien uit gewoonte. Niet aanstellen, gewoon doorgaan. Misschien ook omdat ik diep van binnen verwacht of hoop dat het goed zit. Mocht het anders zijn, dan gaat mijn man de volgende keer mee. Mijn ervaring is dat je bij slecht nieuws maar de helft hoort van wat er gezegd wordt. Dan zijn vier oren gewoon beter dan twee.
Gelukkig heb ik genoeg te doen voor de afspraak. Eerst ga ik naar de schoonheidsspecialist. Aan het einde van de behandeling koop ik een nieuwe gezichtscrème. Meteen schiet er een gedachte door mijn hoofd: en als de uitslag straks niet goed is? Dan heb ik waarschijnlijk helemaal geen zin om een nieuwe crème uit te proberen. Een paar dagen eerder gebeurde precies hetzelfde toen ik met mijn dochter na de scan nieuwe kleding kocht. Ook toen dacht ik: wat als...? Wat heb ik eigenlijk aan nieuwe kleding als ik dood zou gaan?
In het ziekenhuis moet ik vandaag naar een andere afdeling dan vier jaar geleden, toen ik mijn chemo's kreeg. Alles is verbouwd. Nieuwe muren, nieuwe gangen. Ineens voelt dat symbolisch. Misschien mag deze plek vanaf nu verbonden zijn met iets nieuws.
De oncoloog ziet me op de gang en laat me even voorgaan. Al snel zie ik het aan haar gezicht dat de uitslag goed is. Geen uitzaaiingen, wat een opluchting!
Quote van de dag: Ik lig in het scanapparaat en voel me bekeken van top tot teen
Na lang wikken en wegen besloot ik toch langs de huisarts te gaan met wat vage rugklachten. Juist die vage klachten maken het zo lastig. Mijn hoofd schiet direct vol gedachten, redenen en excuses om vooral níét aan de bel te trekken. Het zal wel meevallen. Ik stel me aan. De huisarts zal me vast niet serieus nemen. En de oncoloog waarschijnlijk ook niet. Allemaal gedachten die ik zelf verzin, nog voordat iemand iets gezegd heeft.
De huisarts luisterde naar mijn verhaal, onderzocht me kort en verwees me door naar de oncoloog. Eigenlijk heel logisch. Achteraf dacht ik: waarom heb ik niet meteen die stap gezet? Omdat die voor mijn gevoel veel groter was. Ze plande zelfs alvast een belafspraak in om de uitslag te horen. Met andere woorden: zorgen dat ik er niet stiekem onderuit zou glippen. Ik moet eerlijk bekennen dat die gedachte heel even door mijn hoofd was geschoten. Lotgenoten noemen dat ook wel het kankerspook. Dat stemmetje dat je liever wegduwt dan onder ogen ziet.
Een paar dagen later zit ik tegenover de oncoloog. Thuis had ik mijn verhaal al tientallen keren geoefend, maar iedere keer vertelde ik het weer anders. Zodra ik begon te praten, werd me al snel duidelijk waarom de huisarts me had doorgestuurd. "De huisarts wist dat ze je niet gerust kon stellen," zei ze. "Na alles wat je hebt meegemaakt wil je maar één ding weten: zijn het wel of geen uitzaaiingen? Je wilt een botscan. Daar heb je recht op." Vervolgens zei ze iets wat me verraste. "Je bent bang." Mijn eerste reactie was bijna verontwaardigd. Volgens mij had ik mezelf er juist van overtuigd dat er niets ernstigs aan de hand was. Maar terwijl ze verder praatte over angst die zich vastzet in je systeem en hoe je soms op zoek gaat naar geruststelling op de verkeerde plek, begon ik langzaam te begrijpen wat ze bedoelde.
Ineens hoorde ik mezelf zeggen: "U heeft gelijk. Het ís angst. Ik probeer mezelf juist wijs te maken dat ik niet bang ben." Dat inzicht kwam onverwacht. Ik dacht dat ik vooral rationeel bezig was, maar eigenlijk was ik al die tijd bezig geweest mijn angst weg te redeneren. De oncoloog maakte het uiteindelijk heel eenvoudig. "We kunnen er lang of kort over praten," zei ze. "Jij wilt een scan. Als die goed is, kijken we daarna wel verder."
Ik liep naar buiten met een afspraak voor een botscan én met iets anders. Het besef dat angst zich soms zo goed kan vermommen als nuchter nadenken, dat je zelf niet eens meer doorhebt dat je bang bent.
Het is misschien niet een onderwerp waar je snel over schrijft, maar het houdt me al langere tijd bezig: rouwen om mijn moeder, terwijl ze nog leeft.
Mijn moeder is lichamelijk heel kwetsbaar. Haar lichaam lijkt het leven al verschillende keren op te hebben willen geven, maar haar wilskracht is ongelooflijk. De cardioloog noemt haar zelfs een medisch wonder en daar is ze maar wat trots op. Daardoor ben ik al vaak geconfronteerd met de gedachte dat elke keer dat ik haar zie misschien wel de laatste keer kan zijn. Zonder dat ik het doorhad, was ik eigenlijk jaren geleden al begonnen met rouwen.
De momenten die we samen doormaken voelen bijna magisch. Ik voel enorm de band en liefde die we voor elkaar hebben. Het voelt goed om bij haar te zijn, er voor haar te zijn en naar haar aandoenlijke oude lichaam te kijken, meer dan ooit tevoren. Na zo'n bezoek denk ik vaak: wat fijn dat ik dit weer heb mogen meemaken. Tegelijkertijd merk ik dat ik al afscheid neem in kleine stukjes.
Het blijft ook een belastende weg. Mijn lichaam staat direct op scherp als de telefoon gaat of als mijn broer of zus belt. Soms leg ik hem expres niet naast mijn bed, omdat ik er anders wakker van lig. Zelfs bij het plannen van een vakantie schiet soms de gedachte door mijn hoofd: wat als er iets gebeurt terwijl we weg zijn? Dat komt doordat mijn moeder al zo vaak met de ambulance naar het ziekenhuis is gebracht. Ik probeer die gedachte niet te veel ruimte te geven, maar helemaal loslaten lukt niet.
Op een dag besloot ik te googelen of meer mensen dit herkennen. En ja hoor. Ik kwam het boek Rouwen om je ouder van Marilou Koene-Boulanger tegen. Pas toen ontdekte ik dat er zelfs een naam bestaat voor dit proces: rouwen voordat iemand overleden is. Dat was een opluchting. Blijkbaar maakte ik een heel normaal proces door.
Misschien herken jij dit ook. Dat je al afscheid neemt in kleine stukjes, terwijl je ouder er nog gewoon is. Dat je intenser geniet van de tijd samen, maar tegelijkertijd steeds beseft dat die tijd eindig is.
Herken je dit? Dat je iets tegen jezelf zegt om het juist níét te doen, terwijl je diep van binnen eigenlijk al weet dat je het toch gaat doen? Alsof je jezelf een toespraak houdt waar je zelf niet eens in gelooft. Ik ben me ervan bewust geworden dat dat bij mij regelmatig gebeurt. Ik neem me bijvoorbeeld voor om vandaag alleen gezond te eten en geen suiker te nemen. Of ik spreek met mezelf af dat ik alleen de boodschappen koop die ik echt nodig heb en loop vervolgens met een overvolle winkelwagen de supermarkt uit. Ik zeg dat ik vandaag niet achter de computer kruip, terwijl ik vijf minuten later toch weer zit te schrijven. Of ik neem me voor het rustig aan te doen in huis, om vervolgens toch alles af te willen maken. Blijkbaar is de verleiding soms sterker dan mijn goede voornemens.
Zo loop ik ook al jaren te twijfelen over een oorpiercing. Zo'n klein glinsterend steentje in de rand van mijn oor. Bijna onopvallend, maar net genoeg om te schitteren. Tegelijkertijd denk ik: past dat nog wel bij mijn leeftijd? En even later hoor ik een ander stemmetje: je leeft maar één keer. Als je het niets vindt, haal je hem er toch gewoon weer uit.
Jaren geleden ging ik met mijn middelste dochter mee naar Tattoo Bob. Zij wilde een navelpiercing laten zetten. Terwijl ik daar stond te kijken tussen alle piercings en tattoos vroeg de medewerkster ineens of ik er zelf ook niet eentje wilde. Ik dacht nog geen drie seconden na. "Ach, wat kan mij het schelen." En voor ik het wist liep ik naar buiten met een navelpiercing.
Onderweg naar huis dacht ik nog maar aan één ding: wat zal mijn man hiervan vinden? Tot mijn verbazing reageerde hij leuker dan ik had verwacht. Mijn jongste dochter daarentegen was compleet in shock. Haar moeder hoorde er zo niet uit te zien. Ze vond het ronduit walgelijk. Die reactie had ik totaal niet zien aankomen.
Echt praktisch was die piercing trouwens niet. De knoop van mijn spijkerbroek zat precies op die plek. Ik sliep op mijn buik. Alles deed pijn. Tegen de tijd dat mijn lichaam eraan gewend was, deed ik hem een keer uit toen ik ging zwemmen en daarna kreeg ik hem met geen mogelijkheid meer terug. Toen heb ik het maar opgegeven. Ik was vooral blij dat ik het gedaan had. Ik had het meegemaakt.
Als je een ernstige ziekte (gehad) hebt, hoor je mensen vaak zeggen: "Nu weet ik wie mijn echte vrienden zijn." Die uitspraak heeft me vaak beziggehouden. Wat is eigenlijk een echte vriend? En maakt iemand die niet langskomt minder belangrijk dan iemand die wel aan je bed zit?
Ik ben veel verhuisd in mijn leven en daardoor heb ik veel vriendschappen opgebouwd en ook weer achter me gelaten. Daarom zijn het voor mij niet minder waardevolle vriendschappen geweest. Tijdens mijn ziekte waren er vrienden en familieleden die niet langskwamen, maar wel een kaartje stuurden, belden of appten. Zijn dat dan geen echte vrienden? Misschien was het ook helemaal niet praktisch geweest als iedereen op bezoek was gekomen. Daar had ik de energie helemaal niet voor.
Er waren mensen die ik nauwelijks sprak en die ineens van alles voor me wilden doen, tot aan elke dag sinaasappels persen toe. Er waren mensen die pas langskwamen toen ze dachten dat het misschien bijna te laat was. Anderen durfden pas maanden later langs te komen of spraken me buiten aan, omdat ze niet wisten wat ze moesten zeggen. Er waren mensen die alleen een kaartje, een bloemetje of een appje stuurden. Mensen die me verrasten met een groot cadeau, terwijl we nauwelijks contact hadden. En natuurlijk waren er familie en vrienden die er gewoon waren en hielpen waar dat nodig was.
Als jij dit ook hebt meegemaakt en je hebt moeite met mensen die anders reageerden dan je had gehoopt, probeer ze dan te vergeven. Misschien wilden ze wel, maar konden of durfden ze het simpelweg niet.
Ik moet daarbij altijd denken aan een bijenvolk. Ieder bijtje heeft zijn eigen taak. Niet het ene bijtje is belangrijker dan het andere; samen zorgen ze ervoor dat het geheel blijft bestaan. Zo begon ik ook naar de mensen om mij heen te kijken. Groot of klein, dichtbij of ver weg, iedereen leek op zijn eigen manier iets bij te dragen.
Tijdens mijn ziekte stond ik vooral in de overlevingsstand. Ik deed wat nodig was en ging door. Pas toen alle behandelingen achter de rug waren, viel ik in een diep gat. De aandacht viel weg, de bezoeken aan het ziekenhuis werden minder en langzaam begon pas echt door te dringen wat er allemaal gebeurd was. Ik besefte hoe mijn leven aan een zijden draadje had gehangen en begon me af te vragen wat familie, vrienden en kennissen eigenlijk voor mij betekenen.
Ken je dat? Dat je hoofd van alles wil, terwijl je lichaam allang op de rem staat? Vandaag is zo'n dag. Ik lig even op de bank. Dat gebeurt zelden, alleen als ik het echt niet meer trek. Ik ben zó moe dat ik al zo opstond, maar ondertussen ziet mijn hoofd alleen alles wat er nog moet gebeuren. De schoonmaakflessen staan verspreid door het huis, de stofzuiger wacht op de bovenverdieping, de vaatwasser is bijna klaar en de wasmachine en droger draaien overuren. De honden kijken me vragend aan, want die willen ook nog wandelen. En dan is er ook nog die eindeloze mentale to-dolijst die maar blijft groeien.
Ik lig op de bank en voer ongemerkt een discussie met mezelf. Kom op, nog even. Nee, blijf liggen. Je hebt nog zoveel te doen. Maar je bent moe. Eigenlijk moet ik er wel om lachen. Ik praat tegen mezelf alsof ik tegen de hond praat: "Blijf... af..." Gelukkig ben ik voor mezelf uiteindelijk net iets minder streng.
Zo maar eerst een frisse neus halen met de honden. Misschien loopt de motor daarna weer een beetje. En zo niet, dan is dat ook een antwoord. Terwijl ik dit schrijf, valt ineens het kwartje. Ik snap opeens waarom ik vanochtend zo sjagrijnig was.
Ik was gewoon moe.
Potverdorie... sta ik 's ochtends mijn kleren aan te trekken, ben ik mijn bh kwijt. "Nou en?" zul je misschien denken. "Dan pak je toch gewoon een andere?" Dat zou kunnen, want die heb ik wel meer. Maar als ik mijn bh kwijt ben, ben ik dus ook mijn borst (prothese) kwijt. En dat is toch net even wat lastiger. Ik loop namelijk niet zo graag eenborstig rond.
Dus begon de zoektocht. Zoekend naar een borst. Ondanks dat ik baalde, vond ik de situatie tegelijkertijd ontzettend grappig. Hij lag op het aanrecht. Hoe absurd is het eigenlijk dat je ooit door je huis loopt met de gedachte: "Waar heb ik mijn borst nou weer gelaten?" Op zulke momenten besef ik dat het leven soms zo bizar is dat je er alleen nog maar om kunt lachen.
Het is koud buiten vandaag. Heel koud. Ik smeer het brood voor mijn jongste dochter en leg het op het aanrecht. Daarna ga ik op zoek naar de warmste handschoenen die ik kan vinden in ons handschoenenmandje en leg die ernaast.
Even later is ze vertrokken naar school. En wat zie ik op het aanrecht liggen? Juist... de handschoenen. Potverrr... Ach, laat ik er vooral niet mijn probleem van maken. Als ik zelf puber was geweest, was de kans groot dat ik ze óók had laten liggen. Je moet op die leeftijd tenslotte vooral niet doen wat je moeder graag wil, met haar goedbedoelde, betuttelende adviezen.
Van jongs af aan interesseer ik me voor de dood. Mijn vroegste herinnering is die van mijn opa, die overleed toen ik een jaar of zeven was. Hij lag opgebaard en ik kon niet weg bij zijn kist. Ik bekeek alles tot in detail: zijn gezicht, zijn huid en zelfs de blauwe plekken die waren ontstaan door het liggen. De dood maakte me niet bang, maar nieuwsgierig.
Nog steeds lees en kijk ik er graag over. Afgelopen week zag ik het televisieprogramma Liefde voor later, over mensen in hun laatste levensfase. Gisteren keek ik Eenzame mensen, waarin vrijwilligers van Stichting Nabij terminaal zieke, alleenstaande mensen begeleiden. Wat een bijzonder werk doen zij.
Aan het einde van de uitzending werd tijdens de crematie van een eenzame man een gedicht voorgedragen. De eerste regels raakten me direct. Ik moest ze meteen opzoeken en bewaren. Waarom precies, wist ik op dat moment nog niet. Dat gebeurt me wel vaker. Ik maak foto's in de natuur zonder precies te weten waarom en pas later valt het puzzelstukje op zijn plaats. Zo had ik deze foto ooit de titel "Een mooi einde" gegeven. Pas tijdens dat televisieprogramma viel het puzzelstukje op zijn plaats. Alsof de foto al die tijd had gewacht op dit moment, bij dit gedicht.
DE BRUG
"Breng jij mij weg tot aan de brug?
Ik ben zo bang om daar alleen te staan.
Als we daar zijn, ga niet direct terug,
maar wacht..., tot dat ik over ga
en zwaai me na...
Dan voel ik mij heel veilig en vertrouwd."
"Breng jij mij weg tot aan de brug?
Ik heb geen idee hoe diep het water is.
De overkant lijkt mij zo ver,
je kunt de oever hier niet zien,
zo ver het oog reikt zie ik mist.
Ik twijfel aan het verder gaan."
Je angst voor de dood
is als je angst voor het leven.
Het nieuwe lijkt te groot
om het oude op te geven.
In de diepte van je verlangen
ligt de kennis van het nieuwe leven
zoals een vlinder al weet van vliegen
in z'n donkere cocon.
"Breng jij mij weg tot aan de brug?
en ga dan niet te vlug terug.
Zwaai jij mij na als ik erover ga?
Een heel klein duwtje in m'n rug
is alles wat ik nog verlang van jou.
Dank voor je liefde en je trouw.
Ik ga nu gauw
want het begin is reeds in zicht,
ik voel de warmte van een licht..."
TOINE LACET
Gisteren keek ik het programma van Filemon, Fuck me I'm famous. Ik vond het interessant om te horen wat beroemdheid met mensen doet. Alle BN'ers waren het over één ding eens: die voortdurende aandacht is verslavend.
Ik moest meteen aan mijn eigen situatie denken. Tijdens mijn behandeling voor borstkanker werd ik overspoeld met aandacht. Kaarten, bloemen, appjes en bezoekjes. Na mijn laatste behandeling viel dat ineens weg. Heel logisch natuurlijk, daar klaag ik niet over. Maar voor mijn gevoel ging het van alles naar niets. Achteraf heb ik daar meer moeite mee gehad dan ik had verwacht.
Daardoor begon ik na te denken over wat aandacht eigenlijk met een mens doet. Op Facebook viel me bijvoorbeeld op dat berichten over mijn ziekte veel meer reacties kregen dan stukjes over de gewone, leuke dingen die me bezighielden. Soms kreeg een nieuwe profielfoto meer reacties dan een tekst waar ik echt mijn hart in had gelegd. Herken je dat?
Ik begreep ineens ook iets beter wat beroemde mensen bedoelen. Niet dat ik mezelf met hen vergelijk, maar aandacht doet iets met je. Tijdens mijn ziekte voelde ik me, ondanks alles, sterk en gedragen door de mensen om me heen. En hoe gek ik het ook vind om toe te geven: achteraf besefte ik dat ik me soms zelfs een beetje bijzonder of interessant had gevoeld.
Wat doet een ernstige ziekte, en alle aandacht die daarbij hoort, toch met een mens... en met zijn ego? Ik stond erbij en keek ernaar. Naar mezelf en naar de mensen om mij heen. En ondertussen probeerde ik te begrijpen wat er eigenlijk met me gebeurde.
🍃Nieuwsgierigheid is misschien wel de mooiste gave die ieder mens heeft meegekregen
