Waar kijken mensen op hun sterfbed met SPIJT op terug?
Dat ze hun hart hebben gevolgd.
Dat ze hebben uitgesproken wat ze voelden.
Dat ze niet hard genoeg hebben doorgewerkt.
Dat ze naar hun gevoel geluisterd hebben.
Ze zeggen:
Had ik maar gewacht.
Had ik maar vaker geluisterd naar mijn angst.
Had ik maar gedaan wat anderen van mij verwachtten.
Had ik maar gekozen voor zekerheid in plaats van verlangen.
Had ik maar minder geprobeerd.
Had ik mijn dromen maar wat serieuzer genegeerd.
Natuurlijk niet. Ze betreuren precies het omgekeerde.
Dat ze niet begonnen aan iets dat ze eigenlijk graag wilden.
Niet uitspraken wat ze echt voelden of dachten.
Niet hun hart volgden.
Te lang wachtten.
Te vaak kozen voor veilig in plaats van avontuur.
Te weinig zichzelf toestemming gaven om zichzelf te zijn.
Te weinig zichzelf rust gunden waaruit nieuwe dingen konden ontvouwen.
Dat ze niet mochten terugkomen op wat ooit logisch leek, terwijl je in elke fase van je leven van koers mag veranderen.
Dat ze zichzelf niet serieus genoeg namen.
Ik weet
hier alles van.
Toen ik het randje van de dood overleefde, dacht ik dat ik nooit meer bang zou zijn. Wat kan er erger zijn dan dat? Alsof je na zo’n grens niets meer te verliezen hebt. Maar angst
verdwijnt niet. Hij verandert alleen van vorm. Dat geldt voor iedereen. Soms laat het zich zien als twijfel, uitstel, aarzeling, wachten, kiezen voor veilig, blijven nadenken, niet beginnen.
Jezelf tegenhouden, jezelf klein houden.
Mijn leven ging verder. En opnieuw kwam er een proces van twijfel, kiezen, ervaren, durven, springen en loslaten. Ik luister steeds meer naar mijn gevoel. Ik begin en vertrouw op de sprong, zonder te weten waar het eindigt.
Soms is er moed voor nodig om jezelf uit het keurslijf van presteren, moeten en doorgaan toe te staan te veranderen.
Waar sta jij vandaag?
