Persoonlijke verhalen over wat me raakt en blijft hangen. Er lijkt een voortdurende wisselwerking te bestaan tussen wat er in ons leeft en wat we buiten tegenkomen. Veel van mijn verhalen beginnen met een waarneming in de natuur. Soms trekt iets tijdens een wandeling mijn blik, alsof het uit een 3D-film naar me toe komt. Voor mij is de natuur meer dan een mooi decor. Als ik kijk en luister, ontstaan verwondering, vragen en onverwachte inzichten.
Als ik creatief bezig ben
voel ik me intens blij
bruisende energie komt dan vrij
anderen kopiëren doe ik liever niet
dus bijna alles wat je hier leest en ziet
komt van mij
❤ Keep life simple
Uit een oude wilgenstam groeit een fragiele paddenstoel.
Ik zie er een kerstmuts in.
Rood staat voor warmte en levensenergie,
wit voor zachtheid en vrede.
Wat zichtbaar wordt, is maar een glimp.
Onder de bast leeft het ongeziene netwerk van het mycelium
stil, voedend en verbonden.
Het zijn vaak de kleine, nauwelijks zichtbare dingen die het doen.
Deze paddenstoel staat er alleen,
maar is niet alleen.
En jij ook niet.
Dit is voor mij de kerstboodschap die deze Parasola plicatilis laat
zien:
Je hoeft niet alles alleen te dragen.
Kracht en zachtheid kunnen samen bestaan.
En er is altijd een netwerk,
ook wanneer je denkt dat je er alleen voor staat.
Afgelopen weekend was ik in museum Nieuwe Instituut in Rotterdam en raakte ik gefascineerd door het thema schimmels. Ik
schreef er al eerder een gedicht over. En nu verschijnt dit beeld van een paddenstoel, een schimmel, als
Kerstboodschap uit de Natuur. Soms lijken beelden je al te hebben gevonden, nog vóór je zelf doorhebt waar je mee bezig bent. Dat ervaar ik regelmatig, wanneer ik uit de drukte van het alledaagse
stap.
✨ Fijne kerstdagen ✨
Warme kerstgroet, Viviënne
Zal ik dit of zal ik dat?
Zal ik dat of toch dit?
Ik denk dat ik het al weet
Maar zeker weet ik het niet
Ze bleef heen en weer jojoën tussen haar opties. Twijfel kan veel energie kosten. Daarom gingen we niet verder praten, maar kijken wat een tekening zou laten zien.
De uitkomst verraste ons allebei. Het beeld gaf geen kant-en-klaar antwoord en ook geen "goed" of "fout". Het bracht vooral iets aan het licht wat er blijkbaar al was. Opeens werd duidelijk welke keuze voor haar het meest klopte.
Dat vind ik zo bijzonder aan beelden. Soms laten ze iets zien wat met woorden moeilijk te vinden is. Niet omdat een tekening de waarheid vertelt, maar omdat kijken soms verrassend helder maakt wat je eigenlijk al wist.
Het begon op de blogpagina van Mijn Creatieve Brein
Toen ik Mijn Creatieve Brein begon in 2014, merkte ik gaandeweg dat ik communiceerde met de elementen in de natuur (takjes, blaadjes, wolken, dieren). Daarvoor had ik dat volgens mij nooit bewust gedaan, in ieder geval niet op deze manier. Het begon zonder duidelijke aanleiding. Ik maakte gewoon vaak foto’s, simpelweg omdat iets mijn aandacht trok, en regelmatig vroeg ik me af waarom ik juist dát beeld vastlegde. Er ontstond een verhaal of gedicht bij de foto, ik zag verbanden en vond betekenis in kleine dingen. En dat gebeurde steeds vaker, en zo ontdekte ik dat ik er contact mee kon maken. We worden geleid door krachten die we niet kunnen bedenken, net zoals we ademen en groeien, zonder dat we daar iets voor hoeven doen.
Jaren later, tijdens de opleidingen Genezend Tekenen en Tekentaal, viel het kwartje dat tekeningen ook spiegels zijn en dat dit lijkt op wat ik in de natuur al deed. In veel psychologische en creatieve stromingen wordt gezegd dat het onbewuste zich niet uitdrukt in woorden, maar in symbolen, beelden, kleuren, vormen en metaforen. Woorden zijn een latere laag, een vertaling. Iets in mij stond (en staat) in contact met die symboliek, nog voordat ik er woorden aan kon geven. Het doet me denken aan iets wat je automatisch doet zonder nadenken, en zodra je het moet uitleggen, merk je dat je het niet precies kunt verwoorden. Het is er gewoon, vóór de taal. Ik heb het gezien bij iedereen die bij mij kwam tekenen: dit zit in ons allemaal, al beseffen we het vaak niet.
Rond 2013 voelde ik dat ik iets met mensen wilde doen rond hun eigen kern, dat innerlijke weten. Alleen wist ik nog niet hoe ik dat vorm moest geven. Jarenlang frustreerde me dat. Ik wilde sneller, ik wilde weten waar ik goed in ben. Wie ben ik? Wat kom ik doen op aarde? En dat lieten de slak en de schildpad, die ik (onbewust) vaak tekende, me zien: zij buffelden gestaag verder... niks niet snel! Ze herinnerden me eraan dat een proces zijn eigen tempo heeft. En de uitkomst? Die laat zich niet bedenken, je moet haar ervaren. Sommige mensen weten duidelijk wat ze willen. Ze hebben een richting, een doel. Bij mij ging het anders, ik had geen flauw idee wat ik precies wilde. Mijn weg ontvouwde zich langzaam, via beelden, via ervaring. Mijn droom en de kaart ‘De sprong van de buffel’ gaven hier antwoord op.
Afgelopen zomer volgde ik een tweedaagse lezing-workshop Levenskunst & imaginatie bij de Amsterdam School voor Imaginatie, bij Jan Taal. Daar koos ik een kaart uit een grote stapel die door het lokaal verspreid op de grond lagen: een buffel die van een rots afsprong. Ik wist: dit is wat mij te doen staat. Faalangst loslaten, mijn hart volgen en springen. Mijn hart maakte ook een sprongetje, want ik zag dat de buffel al gesprongen was. Hij hing alleen nog wel boven het water. Later bedacht ik me dat ik ‘de sprong in het diepe’ al vóór die workshop gemaakt had in een droom. Ik sprong van een rots in zee en ging kaarsrecht naar beneden, tot bijna bij de bodem. Toen realiseerde ik me opeens dat ik ook weer naar boven moest om adem te halen. Maar er gebeurde iets wonderlijks tijdens het naar boven zwemmen, ik ontdekte dat ik gewoon kon doorademen in het water. Met andere woorden: het komt goed in moeilijke tijden, blijf rustig doorademen (iets wat mijn vader altijd zei). Er is een diepere intelligentie die je draagt, zelfs als je denkt dat je het niet redt.
De afgelopen weken kwamen er steeds tekens op mijn pad, ik kon ze gewoon niet meer negeren. Ik sprak mezelf moed in en besloot mezelf eindelijk te laten zien. Uit je comfortzone gaan hoort bij groeien. Misschien wacht jij ook nog... misschien is het zaadje al lang geplant zonder dat je je er bewust van bent. Misschien zijn er signalen op je pad geweest.
Als ik nu terugkijk, zie ik dat alles langzaam is gegroeid. Gevoed door jaren van waarnemen, luisteren, tekenen en schrijven. Het begon op Mijn Creatieve Brein, waar beelden uit de natuur steeds vaker verhalen, gedichten en nieuwe inzichten werden. En zo sta ik nu, op mijn 59ste jaar, voor een nieuw avontuur.
Ik ben de slak en schildpad dankbaar voor hun geduld en doorzettingsvermogen, net als mijn trouwe makker de hond, die ook regelmatig in mijn tekeningen opduikt. En zo werden de hond en de vlinder mijn logo, die er allang waren en zich al eerder in mijn tekeningen hadden getoond. En de kaart van de buffel? Die groeit nog met me mee.
Dit verhaal begon met
nachtvlindertjes (motten), maar eigenlijk ging het over iets wat ik liever niet wilde zien.
Deze zomer had ik in het tuincentrum een vogelschaaltje gekocht, in de vorm van een lang blad met vier vogeltjes op de rand. Ik wilde de duiven op ons balkon voeren en kijken hoe tam ik ze kon krijgen. Vanaf mijn bureau kijk ik op ons balkon uit en geniet ik altijd van wat daar allemaal voorbij komt en aan komt vliegen. Ik kocht er een enorme zak vogelzaad bij, veel te groot, maar ze hadden op dat moment geen kleinere zakken. Die zak zette ik in mijn kast. Toen ik dat deed, dacht ik terug aan de tijd dat wij met onze kinderen in de Dominicaanse Republiek woonden, waar door de tropische hitte torretjes uit de rijst in onze keukenkast kropen, brrr.
In diezelfde periode merkte ik dat er nachtvlindertjes in mijn tekenatelier op zolder zaten. Elke dag doodde ik er een aantal, in de hoop ze uit te roeien. Ik vroeg me geregeld af waar ze vandaan
kwamen. Ik had hier nog nooit zoveel last van gehad. Toen het herfst werd en de plaag opeens ophield, besloot ik nog maar eens goed naar die (open) zak te kijken. Hij stond er nog driekwart vol.
Met bril op dit keer. En daar lagen ze, dode motten en een paar maden. Natuurlijk! Dáár kwamen ze vandaan. Ik had ze onbewust zelf naar binnen gehaald.
Op dat moment linkte ik dit aan menselijk gedrag. Wat voeden we onszelf zonder het door te hebben? Wat halen we naar binnen omdat het “nu even handig is”? Wat laten we staan omdat het voelt alsof
het geen kwaad kan? Wat trekken we aan als we onze blik niet verruimen, geen grenzen stellen of niet wakker zijn? Het begint vaak bij dat zachte stemmetje
die je allang hebt gehoord, nog vóór je iets doet. Ik negeerde dat beeld van de rijst met beestjes. En dat was het signaal. Zo houden we soms onze eigen problemen in stand, zonder het te
merken.
Ook leerde ik dat deze nachtvlindertjes in de herfst, wanneer het kouder wordt, vaak afsterven of in rust gaan.
En ja, de duiven… ik kon tot een halve meter afstand bij ze komen. Ze bleven op de railing zitten terwijl ik het schaaltje op tafel neerzette.
En ik koop voortaan alleen nog een kleine zak, die ik in een afsluitbare pot bewaar😊.
Wat voeden we zelf?
– Onbewuste keuzes
– Gemak dat later iets kost
– Twijfels die we negeren
– Kleins dat groot wordt
Wat trekken we aan?
– Herhalende patronen
– Oude gewoonten
– Weggewuifde signalen
– Problemen die in het donker groeien
Over zichtbaar zijn, verdwalen in gedachten en de moed om jezelf te laten zien
Soms denk je dat je ergens alleen wandelt en niemand je ziet. Totdat ik ineens een paar ogen tussen de boombladeren zie oplichten. Uit een donker hol in de boom steekt de kop van een kauw. Hij
houdt zijn omgeving scherp in de gaten. Zodra ik te dichtbij kom, vliegt hij weg. Ik betrap mezelf erop dat ik me even bespied voel. En ik vraag me af: wat zegt dat over mij?
Ik wandel verder, op deze heerlijke rustige ochtend, over die mooie stille weg tussen de huizen, wilgenbomen en weilanden. Plots komt er een man me tegemoet. Hij groet me spontaan alsof hij mij al jaren kent, terwijl ik hem niet ken. En zegt tot mijn verbazing: “Loop je nu eens een andere route? Ik zie je altijd in die-en-die buurt lopen met je honden. Ja, ja, ik hou je in de gaten hoor, dat merk je zeker wel!” Huh?... Natuurlijk, hij kent me van de honden maar ik ken hem niet.
Als hij voorbij is, dwalen mijn gedachten weer af. Dan word ik opgeschrikt door een racefietser. Ik besef dat ik beter op mijn omgeving moet letten, want als ik in gedachten ben dan verdwijn ik
erin. Ik geniet ervan om verder niemand tegen te komen. Het liefst word ik helemaal niet gezien. Het voelt zo veilig om ongemerkt door het leven te wandelen.
Maar ook als ik denk dat niemand kijkt, blijkt de ander soms meer te zien dan ik zelf zie (en wil zien). En ook merk ik soms dat ik mijn gedachten of verhaal soms liever voor me houd, in plaats van ze te delen en uit te spreken. Dat geeft rust en veiligheid, maar ik baal er ook wel eens van. Het is een oud patroon dat me minder zichtbaar maakt dan ik zou willen. Ik blijf heen en weer bewegen tussen die stilte en het verlangen om echt gezien te worden. De kauw liet me iets zien over mijn eigen zichtbaarheid. Misschien gaat het er minder om of ik altijd vlekkeloos uit de verf kom en meer om dat ik stap voor stap uit mijn hol kruip, zichtbaar, en op mijn manier: soms in kleine stapjes, soms verscholen in het hol, soms helemaal zichtbaar, soms aarzelend aan de oppervlakte, soms teruggetrokken in stilte, soms volop in het licht, soms zoekend en tastend, soms stevig en vol vertrouwen.
Enne... misschien had ik beter een struisvogel kunnen tegenkomen, die zag mij tenminste niet 😉
Ik zag een spinneweb hangen in de lucht en zo mooi rond. Ik vroeg me af hoe krijgt een spin dat voor elkaar?
Ze klimt omhoog op een tak of iets anders, vaak op een strategische positie. Daar laat ze een dun draadje uit haar spintepels komen en steekt haar achterlijf omhoog zodat de draad door de luchtstroom wordt meegenomen. Ze stuurt het proces aan door hoogte, richting en timing te kiezen. Maar of die eerste draad echt ergens blijft haken, hangt af van toeval, wind en omgeving.
Als het ergens aan blijft plakken dan is haar eerste verbinding gelegd: een zwevende brug in de lucht.
Als er geen wind is, wacht ze tot er een luchtstroom opkomt. Soms zoekt ze dan kleinere afstanden uit of klimt ze zelf over een omweg naar een tweede plek, terwijl ze een draad achter zich aantrekt. Zo ontstaat toch die eerste verbinding.
Y-vorm
Ze loopt over de bruglijn heen en weer om hem steviger te maken. In het midden laat ze zich naar beneden zakken aan een nieuw draadje, als een abseiler. Onderaan maakt ze die draad vast aan wat ze maar tegenkomt: een twijgje, een steentje, een grasspriet. Zo ontstaat een soort Y-vorm: twee schuine lijnen boven en één draad recht naar beneden.
Wiel
Vanaf dat middelpunt begint ze met het bouwen van het wiel. Ze laat een nieuwe draad uit haar lijf komen en loopt via bestaande draden naar een nieuw punt aan de buitenrand, bijvoorbeeld een andere tak, muur of steentje. Daar maakt ze de draad vast. Dan loopt ze over diezelfde draad weer terug naar het centrum. Dat herhaalt ze. Steeds weer naar een ander punt, steeds weer terug naar het midden. Zo maakt ze draden in allerlei richtingen. Op den duur ontstaat een patroon van spaken, alsof je naar het binnenste van een fietswiel kijkt, met het hart precies in het midden.
Hulpspiraal
Als dat raamwerk stevig is, begint ze aan de hulpspiraal. Ze maakt een tijdelijke, niet-kleverige spiraal van binnen naar buiten. Die gebruikt ze als steunlijn, een soort steiger voor zichzelf. De afstanden tussen de spaken worden groter naarmate ze verder naar buiten werkt, dus de sprongetjes die ze maakt worden langer. Toch weet ze zich met haar lange poten behendig van draad naar draad te verplaatsen. Soms stapt ze schuin over, soms draait ze iets mee met het web. Ze voelt waar ze is, voelt wat stevig is, voelt waar ze verder kan.
Als de hulpspiraal klaar is, begint ze aan het echte vangnet: de kleverige spiraal.
Kleverige spiraal
Deze bouwt ze van buiten naar binnen, en elke nieuwe cirkel die ze maakt komt iets dichter bij het hart. Hierin blijft alles plakken wat te dicht in de buurt komt: muggen, vliegen, soms grotere insecten. Maar de spin weet precies waar ze wel en niet mag lopen. Ze beweegt zich alleen over de niet-kleverige delen van het web, haar route ligt al klaar.
Tijd
Een web bouwen kost haar meestal zo’n dertig tot zestig minuten, als alles meezit. Sommige soorten doen het zelfs elke avond opnieuw. Ze eten hun oude web op en hergebruiken de bouwstoffen voor een nieuw.
Mannetje of vrouwtje
De spin die dit hele web bouwt, is bijna altijd een vrouwtje. Mannetjes zijn kleiner, bouwen meestal geen web, en zijn vooral op zoek naar een partner. Het grote werk, zoals bouwen, wachten, vangen en zorgen is haar taak.
En zo ontstaat het web
Alles begint met één draadje
Een kleine spin
Met een groot verhaal
Ze schrijft niet met inkt maar met draad
En wat ze bouwt blijft hangen
Over leven, veerkracht en onverwachte groei.
Tijdens een wandeling viel mijn oog op iets bijzonders: een tak met langwerpige zaaddozen die recht omhoog groeide tegen een stalen hek. Een tak die als het ware aan het hek vastgeplakt leek. Geen gaatje, geen wortels, geen aarde, alleen staal. En toch leefde het. En niet alleen dat: er hingen zaaddozen aan, klaar om nieuw leven te verspreiden, zelfs hier. Hóe dan?
De zaaddozen hingen daar als kleine dozen vol potentieel, aan een tak zonder zichtbaar houvast. In weer en wind wachten ze tot het juiste moment om los te laten. De natuur laat zien hoe zelfs op de meest uitgeholde, onbegrijpelijke plekken vruchtbaarheid en hoop kunnen ontstaan.
Waarschijnlijk haalt de tak vocht en voeding uit de lucht zelf. Eigenlijk doen wij iets soortgelijks: we ademen zuurstof én fytonciden in, de geurstoffen die bomen uitstoten. Onderzoek naar ‘bosbaden (Shinrin-yoku, een uit Japan overgewaaide, therapeutische ontspanningsvorm waarbij je heel bewust en vertraagd door een bos wandelt) laat zien dat deze stoffen ons zenuwstelsel kalmeren en stress verminderen. Zelfs zonder dat we het merken, helpt de natuur ons ontspannen.
Maar ze voedt ons ook via beelden. Wat jou raakt of opvalt in de natuur zegt vaak iets over je eigen processen, verlangens of thema’s waar je mee bezig bent. De natuur functioneert als een spiegel voor je innerlijk; de beelden die je ziet brengen je in contact met wat er in jou leeft. Als je deze beelden bewust binnen laat komen, als gevoel, inzicht of stille boodschap, kan dat een groeiproces in gang zetten. Je kijkt anders naar je eigen leven, krijgt nieuwe ideeën of moed om dingen los te laten of opnieuw te proberen.
Die tak groeit uit iets dat zelf niet leeft: koud, onbuigzaam staal. En toch biedt het steun. Wauw, zelfs wat star, stijf of onbeweeglijk lijkt, in de natuur of in mensen, kan een plaats worden van onverwachte vruchtbaarheid en hoop. Misschien zijn die zaaddozen wel het mooiste bewijs dat het leven zich niet laat tegenhouden, maar altijd zoekt naar een kans om door te breken, zelfs wanneer de omstandigheden onbegrijpelijk zijn.
Dit beeld geeft me kracht. En het doet me denken aan mensen die blijven leven en groeien in de meest ellendige omstandigheden waarvan je denkt: híer kan toch niks goeds uit voortkomen? Hoe is het mogelijk dat mensen daar nog overeind staan? Toch lukt het sommigen. Niet door hard te worden, maar door veerkracht te tonen, vol te houden, te wachten, hoop te houden dat ergens, ooit, het zaad kan landen en wortel schieten.
Maanden later toen de tak afgestorven was keek ik nog eens, en bleek er toch een gaatje in de paal te zitten. Mijn eerste verwondering bleek dus niet helemaal te kloppen. Toch bleef de gedachte die het beeld opriep voor mij waardevol.
Over verzadiging, afronding en wat nog mag ontstaan
Terwijl ik aan mijn website werkte, verscheen er linksonder op mijn scherm een pop-up van het platform waarmee ik werk. Er stond: “Je werkt al zo lang aan je website, je bent er klaar voor om je website te publiceren." Met een knop "Publiceren" erbij. Letterlijk zo. Het ontroerde me, alsof ik even een vriendelijk zetje in de rug kreeg: toe maar, het kan nu. Maar nee, ik was nog niet klaar, maar de boodschap voelde ondersteunend.
Later die dag zag ik iets opvallends over een boomstam kruipen. Ik liep eropaf en kon mijn ogen niet geloven: een enorme rups, zeker een tot twee centimeter dik en zo’n acht tot tien centimeter lang. Het bleek een wilgenhoutrups. Volgens de Vlinderstichting zijn ze vrij algemeen in Nederland. Toch had ik er in mijn 58 jaar nog nooit één gezien. En wat het voor mij bijzonder maakte, is dat deze rups op een boom zat die ik al jaren volg. Een boom met gaten in de stam die me altijd hebben gefascineerd, want welk diertje maakte die gaten? Ik heb er meerdere foto’s van gemaakt om te zien of die openingen elk jaar groter worden en of er meer bij komen. En nu waren er gaten bij gekomen, doorsnede 2 cm!
Onder de oppervlakte van de bast gebeurt veel meer dan zichtbaar is (net als bij ons). Ik zocht wat informatie op: de wilgenhoutrups voedt zich met hout en graaft diepe gangen in bomen. Zodra hij een nachtvlinder wordt, kan hij niet meer eten omdat hij geen oproltong heeft. Zijn korte leven draait dan volledig om voortplanting voordat hij sterft. Dat raakte me, want ik voelde me eigenlijk ook wel 'volgevreten', oftewel vol van kennis, ervaring en ideeën na de vele studiejaren. En nu is het tijd om voor mezelf, na een lange periode teruggetrokken te hebben gezeten in mijn cocon, iets af te ronden en los te laten, zodat er ruimte komt voor wat nieuws.
Voel jij ook dat je ‘vol’ zit? Dat je eigenlijk niet meer hoeft te blijven zoeken, naar nóg beter, naar nóg meer, net zoals een Rupsje Nooitgenoeg. Is er een stukje in jou dat vraagt om afronding of rust?
Alsof de dag nóg een boodschap voor me had, hoorde ik later van een sterfgeval in mijn schoonfamilie. Ik had deze (inmiddels overleden) man een week eerder nog ontmoet op een begrafenis. We raakten aan de praat. Hij straalde levenslust uit, vertelde met enthousiasme over zijn werk en de plannen die hij nog had. Zijn baan voelde voor hem niet als werk, omdat hij er zoveel plezier in had. En nu was hij er ineens niet meer. Hij was begin zestig. Dat zette me opnieuw met beide voeten op de grond. Wachten op het perfecte moment? Dat is een illusie. Leef je leven nu. Doe wat je graag doet.
Dood is niet alleen een einde, het is ook een overgang. Een verschuiving van energie, een transformatie. Net zoals wij veranderen zonder ons daar altijd van bewust te zijn, maar pas achteraf beseffen welke overgangen we hebben doorgemaakt. En dat raakte me, omdat de vergankelijkheid van het leven zich telkens in verschillende vormen aan je presenteert. Momenten van verlies, ontmoetingen met iemand die zijn passie leeft, een tekst die je opeens leest, een lied dat je uit het niets raakt, signalen uit de natuur... Ze brengen je telkens terug bij diezelfde kern: het leven is nu, niet later.
Dagelijks wandel ik langs deze boom. Deze boomwortels trokken opeens mijn aandacht. Hun wortels symboliseren voor mij de verbinding tussen mensen, tijd en leven. Ze strekken zich uit, zowel naar beneden als zijwaarts. Als ik ze 'lees', zie ik dat ze links reiken naar het verleden: ons erfgoed, onze voorgeschiedenis, de ervaringen die we altijd met ons meedragen. Naar beneden de aarde in, naar het ongeziene, waar het donker is én vol leven. Net als bij de mens: het onbewuste, ons innerlijk dat we niet zien, onze duistere kanten die ook vol schatten en vol leven zitten. Rechts voel ik beweging richting de toekomst, een natuurlijke stroming die zich al ontvouwt. En de wortels die naar voren reiken, lijken zich uit te strekken naar mij, als een ongezien lijntje dat ons verbindt.
Hier wordt zichtbaar hoe alles in elkaar verweven is. Dit beeld raakt me daarom diep. Alsof ik me even losmaak van wat men ‘realiteit’ noemt, zwevend in een bubbel van intens voelen. En toch is dat gevoel echt en zo tastbaar. Wat als deze diepe vreugde geen fantasie is, maar een natuurlijk innerlijk weten? Als een herinnering aan iets dat altijd al in mij aanwezig was, een glimp van mijn ware zelf?
Als iets je raakt, vertelt het iets over jezelf. Het maakt me nieuwsgierig. Ik voel het in elke vezel in mijn lijf en het laat mij zien dat je niet alleen met je hoofd, maar met je hele wezen wordt aangesproken.
Dit is de boodschap die deze wortels mij lieten zien: dat er onder de oppervlakte altijd meer leeft dan we denken, en dat wat ons raakt vaak een stille herinnering is aan wie we diep vanbinnen al zijn.
Ten diepste is er natuurlijk geen ander, maar ontmoet je altijd alleen jezelf.
Goethe
Half verzonken
in gedachten
kijk ik naar een fiets
in de sloot gedumpt
uit verveling, of zoiets
Ooit werd erop gereden
nu is het overleden
Waar ging het mis?
Er is nog geen vis
die in fietsen geïnteresseerd is
